ARCHIEF VAN HET ZAANSE LIED: COMPONISTEN- DIRK WITTE
ARCHIEF VAN HET ZAANSE LIED
COMPONISTEN

    Dirk Witte (1885 - 1932)



    "Mens, durf te leven"
    "M'n eerste"
    "Aspirine"
    "Handschoentjes brief"
    "Het land van Noord Scharwou"
    "Jopie met de Peren"

Dirk Hermanus Witte werd op 29 juni 1885 geboren op het Bouwmanspad te Zaandam. Zijn vader was Jac. Witte, geboren 9 september 1853 als zoon van een timmerman, die op het Hanenpad woonde. Vader Witte begon als hoofd van een school in Zaandam, die bij de westelijke afrit van voorheen De Hoopbrug (og Magerebrug) in Zaandam stond. Toen op het Krimperven een nieuwe school werd gebouwd, die weldra zijn naam kreeg - de Witteschool, later de chr. h.b.s. en chr. meisjesvakschool aan de Czarinastraat - werd vader Witte hoofd van die school. Hij heeft jarenlang gewoond in het perceel Rustenburg 115.

De moeder van Dirk Witte was Trijntje Koning, geboren 28 april 1855 te Abbekerk, Noord-Holland. Zij was een der eerste onderwijzeressen in ons land. In haar eerste standplaats - de Haarlemmermeer - schold men haar zelfs uit voor "schoolmaitresse". Na haar huwelijk heeft zij haar functie opgegeven.

Dirk Witte was leerling van de Franse school van meneer van Wijk op de Gedempte Gracht. Hoewel afkomstig uit een onderwijzersfamilie ging Dirk in het hout. Op 14-jarige leeftijd trad hij in dienst bij de N.V. Houthandel fa. William Pont, waar hij, zonder dat iemand van de familie Witte er iets van wist, examen in Duitse handelscorrespondentie deed. Hij was een zelfstandige jongen, die gemakkelijk leerde. In ieder geval talen, die hem later als buitenlands correspondent voor Pont van pas kwamen. Hij kon goed onthouden, maar met zijn liedjes had hij de grootste moeite. Hij schreef zelf de muziek bij zijn liedjes; de melodien zaten muurvast in zijn hoofd, doch als hij ergens optrad, had hij een spiekbriefje voor zijn liedjes op de piano staan. Als jongeman, lid van de Zaandamse toneelvereniging "Willem van Zuylen" maakte hij al teksten en bijbehorende melodien. Tijdens feestavonden van die vereniging in Suisse op de Dam, zong hij, om maar een enkel liedje te noemen:

    Onze nieuwe autobus, dat is je wat
    Die rijdt je voor een dubbeltje naar 't Mallegat
    Die stinkt niet en die hobbelt niet
    Die blijft ook nimmer staan
    Ja, onze nieuwe autobus
    Is de glorie van de Zaan
Dat was een spotlied op de eerste Zaanse autobus. Hij zong ook:
    Oh, societeit, oh societeit,
    Gezegend zij uw naam,
    Hoe lekker smaakt uw bittertje
    Hoe fijn zit je voor uw raam

Die societeit stond eertijds, voor de demping, waaruit de Wilhelminastraat ontstond, in de buurt van nu de Nicolaasstraat. Voor de plaatselijke zangvereniging schreef hij het liedje "M'n Eerste", ook wel bekend geworden onder de titel "'t Meisje van de Zangvereniging"

Begin 1914 had door bemiddeling van impresario Max van Gelder de ontmoeting van Dirk Witte met Pisuisse plaats in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam. Dit gebeurde nadat Pisuisse en Blokzijl daar een avondprogramma hadden verzorgd. Witte mocht een liedje voorzingen en koos hiertoe "'t Meisje van den Winkel". Pisuisse verzocht hem in diezelfde week nij hem thuis aan de Leidsekade nr 95 nog andere liederen te komen zingen. Dit geschiedde en tijdens deze auditie zong de 28-jarige Witte o.a. "M'n Eerste". Vooral hiermee was Pisuisse zeer ingenomen. Op 4 april 1914 schreef Pisuisse in een brief aan Dirk Witte het volgende: "Het is mij buitengewoon aangenaam U te mogen melden, dat ik in Bussum en in Enschede met het lied "M'n Eerste" een zeer groot succes behaalde, zoo onmiskenbaar en zoo spontaan, dat ik er niet aan twijfel, of Uw liedje wordt een vast nummer van mijn repertoire". Inmiddels schreef Witte het lied "Lente", dat op 17 april de premiere beleefde in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. In dat zelfde jaar ontstond ook "Voorbij". Het begin van een jarenlange samenwerking tussen Jean Louis Pisuisse en Dirk Witte was een feit.

Tijdens de mobilisatie 1914-1918 was Dirk Witte als soldaat ziekendrager gelegerd in Eindhoven. In deze tijd schreef hij "Aspirine", "Soldatenliedje" , "De Peren" en het cabaretliedje "Handschoentjes Brief". Hierin wordt op treffende wijze de situatie weergegeven, die kon ontstaan, wanneer het meisje in Holland via een handschoen zou trouwen die gestuurd was door een jongeman die in Nederlands Oost-Indie verbleef. Op 26 juni 1917 trouwde hij met Doralize Johanna Hendrika Looman uit Bussum. Het huwelijk werd in haar woonplaats voltrokken. Zij betrokken in Zaandam perceel Botenmakersstraat 125a. In 1918 eindigde het dienstverband van Dirk Witte met de N.V. Houthandel William Pont en verhuisden ze naar Huizen, waar de heer P. Molenaar uit Zaandam voor Dirk Witte het huis De Ark bouwde. Daarna betrokken zij een pand in Bussum. Er zijn twee kinderen uit het huwelijk voortgekomen: Doralize en Jacob.

Na William Pont werkte Witte een korte tijd als beroepsartiest. Hij was toen verbonden aan de 'N.V. Intiem Theater Pisuisse'-Maatschappij tot Eploitatie van Kunstprogramma's (Directeur Jean louis Pisuisse). Daarna was hij werkzaam bij de Holland Zuid-Amerikaansche Hanelsmaatschappij en later werd hij directeur van de Nederlandse Mijnhouthandel, kantoorhoudend op het Damrak te Amsterdam. Witte verzorgde toch nog wel cabaretavonden. Duidelijk blijkt uit de hierna volgende recensie van het Bloemendaalsch Weekblad dd 24 december 1922 dat een optreden van Dirk Witte als een belevenis kon worden beschouwd:.
'Wanneer Dirk Witte aan avondje geeft, dan is het succes al te voren verzekerd. Hij brengt de gezelligheid en de gemoedelijkheid mee de zaal binnen. Het publiek krijgt het gevoel, of het weldra zal meekeuvelen, doch zoover komt het niet, want onze oren zijn voortdurend bezet en geboeid door de stem van den man, die zooveel te vertellen en zooveel te zingen heeft, zoodat onze stem geen kans krijgt. Zulke avonden zijn voor het publiek in de eerste plaats zeer ontspannend, voorts zijn ze leerzaam, door de moraal die in nagenoeg elk lied besloten ligt. Er wordt met pakkende middelen op toestanden in het maatschappelijke leven en in het menschelijke gemoedsleven gewezen, waardoor het publiek zich van zulke toestanden bewust wordt en tot klaarheid met zichzelf daarover geraakt. Moge het levenslied dan ook al tot de lichte kunstsoorten gerekend worden, de kring van hen, die het genieten kunnen, is er des te grooter om. Het levenslied met zijn humor, gepaard aan een zekere dosis melancholie, spreekt tot ieder hart en ieder brein. De heer Dirk Witte heeft niet alleen veel interessants over de geschiedenis van het levenslied verteld, hij heeft bovendien een twintigtal liedjes gezongen, deels van hemzelf, deels van anderen.

Op 15 november 1932 kreeg hij een hartaanval terwijl hij in de auto op weg van Amsterdam naar huis was. De auto geraakte in de Weespertrekvaart nabij Diemen te water.

Bronnen:
Dagblad voor de Zaanstreek ,De Typhoon' van donderdag 14 november 1957
Kamp van de, J.E. Mens, durf te leven!. Amsterdan 1978